Vak: HTML/CSS

Leerdoelen

+ Nieuw leerdoel

J-P-W-LTekst
1-1-1-1 De student legt uit wat het doel is van HTML. Bewerken
1-1-1-1 De student maakt een pagina met behulp van HTML. Bewerken
1-1-1-1 De student past headings (h1, h2, etc) toe om koppen aan te brengen in de pagina. Bewerken
1-1-1-1 De student past paragrafen(p) toe om alinea’s aan te brengen in de pagina. Bewerken
1-1-1-1 De student prepareert zijn/haar computer. Bewerken
1-1-1-1 De student kan uitleggen uit welke onderdelen een ontwikkelomgeving bestaat. Bewerken
1-1-1-1 De student maakt gebruik van semantische elementen. Bewerken
1-1-1-2 De student past line breaks toe om een nieuwe regel in te voegen tussen tekst. Bewerken
1-1-1-2 De student past de img tag toe om afbeeldingen in te kunnen voegen in een pagina. Bewerken
1-1-1-2 De student past speciale tekens toe in een pagina om zo tekens te kunnen gebruiken die niet op een standaard toetsenbord zitten. Bewerken
1-1-1-2 De student maakt gebruik van de W3C validator om HTML-pagina’s te valideren. Bewerken
1-1-2-3 De student legt uit wat het doel is van CSS. Bewerken
1-1-2-3 De student maakt een pagina op met behulp van CSS-attributen. Bewerken
1-1-2-3 De student past verschillende selectoren toe om elementen op te maken. Bewerken
1-1-2-3 De student kiest de juiste selector om de elementen op te maken. Bewerken
1-1-2-4 De student legt uit wat het box-model is en waar je het voor kunt gebruiken. Bewerken
1-1-2-4 De student past margin toe om ruimte buiten de box van een element te maken. Bewerken
1-1-2-4 De student past padding toe om ruimte binnen de box van een element te maken. Bewerken
1-1-2-4 De student benoemt verschillende eenheden. Bewerken
1-1-3-5 De student past verschillende lijsten toe in de webpagina. Bewerken
1-1-3-5 De student past de table tag toe om tabellen te maken in de webpagina. Bewerken
1-1-3-5 De student past de a tag toe om links te maken. Bewerken
1-1-3-6 De student legt uit wat pseudo classes zijn en waar je ze kunt toepassen. Bewerken
1-1-3-6 De student benoemt verschillende combinators en waar je ze kunt toepassen. Bewerken
1-1-3-6 De student past pseudo classes toe op een webpagina. Bewerken
1-1-3-6 De student past combinators toe op een webpagina. Bewerken
1-1-4-7 Tussentoets Bewerken
1-1-4-8 De student legt uit wat CSS-variabelen zijn en waar je ze voor kunt gebruiken. Bewerken
1-1-4-8 De student past CSS-variabelen toe op een webpagina. Bewerken
1-1-5-9 De student legt uit wat een row is in het grid systeem. Bewerken
1-1-5-9 De student legt uit wat een column is in het grid systeem. Bewerken
1-1-5-9 De student past grid row en column toe om een eenvoudige grid te maken op een webpagina. Bewerken
1-1-5-10 De student gebruikt Grid om een HTML-element plaatsen op de website. Bewerken
1-1-5-10 De student legt uit hoe je met grid-row-start bepaalt waar een element in de grid moet beginnen. Bewerken
1-1-5-10 De student legt uit hoe je met grid-col-start bepaalt waar een element in de grid moet beginnen. Bewerken
1-1-5-10 De student legt uit hoe je met grid-row-end bepaalt waar een element in de grid moet eindigen. Bewerken
1-1-5-10 De student legt uit hoe je met grid-row-start bepaalt waar een element in de grid moet eindigen. Bewerken
1-1-6-11 De student maakt gebruik van grid-area's om een pagina-indeling te maken. Bewerken
1-1-6-11 De student gebruikt grid-area om HTML-elementen te plaatsen op een pagina Bewerken
1-1-6-11 De student gebruikt gap om ruimte te geven tussen de verschillende HTML-elementen. Bewerken
1-1-6-12 De student legt uit waarom media-queries gebruikt worden. Bewerken
1-1-6-12 De student legt uit wat responsive website is. Bewerken
1-1-6-12 De student maakt de pagina responsive met behulp van media-queries. Bewerken
1-1-7-13 De student legt uit waarom we website mobile first maken voor de gebruiker. Bewerken
1-1-7-13 De student benoemt de verschillende breedtes van verschillende schermen. Bewerken
1-1-7-13 De student maakt een pagina op met media-queries op het principe van mobile first. Bewerken
1-1-7-14 De student maakt een andere grid-layout voor verschillende maten met behulp van media-queries. Bewerken
1-1-8-15 De student maakt een pagina op basis van een design. Bewerken
1-1-8-16 Project specifieke problemen oplossen & moeilijke onderwerpen herhalen. Bewerken
1-2-1-1 De student ontwikkelt een formulier met HTML. Bewerken
1-2-1-1 De student benoemt minimaal vijf verschillende input-types. Bewerken
1-2-1-1 De student koppelt een label aan een input met for en id. Bewerken
1-2-1-2 De student gebruikt de radio en checkbox input-types. Bewerken
1-2-1-2 De student past de volgende elementen toe in een formulier: input, label, select, textarea, button, option. Bewerken
1-2-1-2 De student maakt een select-element in een formulier. Bewerken
1-2-2-1 De student gebruikt default values en placeholders. Bewerken
1-2-2-1 De student zorgt ervoor dat een input niet aangepast kan worden met disabled. Bewerken
1-2-2-2 De student gebruikt CSS om de elementen in een een formulier uit te lijnen en op te maken. Bewerken
1-2-2-2 De student past de eigenschap accent-color toe om checkboxen, radio buttons en andere interactieve onderdelen van het formulier een eigen kleur te geven. Bewerken
1-2-2-2 De student voegt pseudo classes zoals :hover en :focus toe met CSS, zodat het formulier prettiger werkt voor de gebruiker. Bewerken
1-2-3-1 De student weet wanneer hij grid of flex moet gebruiken. Bewerken
1-2-3-1 De student maakt een container met display: flex. Bewerken
1-2-3-1 De student benoemt de zes opties van justify-content. Bewerken
1-2-3-2 De student benoemt de vijf opties van align-items. Bewerken
1-2-3-2 De student benoemt de verschillen tussen align-items, align-content, justify-content, en align-self. Bewerken
1-2-3-2 De student benoemt het verschil tussen gap en margin. Bewerken
1-2-4-1 Tussentoets Bewerken
1-2-4-2 Tussentoets bespreken Bewerken
1-2-5-1 De student stelt de breedte van een item in met flex-grow en flex-shrink. Bewerken
1-2-5-1 De student benoemt de drie opties van flex-wrap. Bewerken
1-2-5-2 De student schrijft flex-eigenschappen in verkorte notatie. Bewerken
1-2-5-2 De student ontwikkelt een webpagina met grid en flex. Bewerken
1-2-6-1 De student weet wat de transform-eigenschap doet in CSS. Bewerken
1-2-6-1 De student kan transform: scale() toepassen om een element groter of kleiner te maken. Bewerken
1-2-6-1 De student kan transform: rotate() toepassen om een element te draaien. Bewerken
1-2-6-1 De student weet het verschil tussen transform: scale() en transform: rotate(). Bewerken
1-2-6-1 De student kan de transform: scale() en transform: rotate() tegelijk in een voorbeeld toepassen waarin een element wordt geschaald en gedraaid. Bewerken
1-2-6-2 De student weet wat een CSS gradient is en waar je die voor gebruikt. Bewerken
1-2-6-2 De student past een gradient toe op een HTML-element. Bewerken
1-2-6-2 De student weet wat de light-dark() functie doet in CSS. Bewerken
1-2-6-2 De student past light-dark() toe om automatisch kleuren aan te passen aan de voorkeur van de gebruiker (licht of donker thema). Bewerken
1-2-6-2 De student zorgt dat tekst en achtergrond goed leesbaar blijven in beide kleurenschema’s. (https://coolors.co/contrast-checker/) Bewerken
1-2-7-1 De student benoemt de basisbegrippen van CSS transitions, zoals transition-property, transition-duration, transition-timing-function en transition-delay. Bewerken
1-2-7-1 De student past een eenvoudige CSS transition toe. Bewerken
1-2-7-1 De student legt het verschil uit tussen ease, linear, ease-in, ease-out, ease-in-out. Bewerken
1-2-7-1 De student past ease, linear, ease-in, ease-out, ease-in-out toe in CSS op HTML elementen. Bewerken
1-2-7-2 De student legt uit wat een CSS animatie is en hoe deze verschilt van een transition. Bewerken
1-2-7-2 De student benoemt de belangrijkste CSS animatie-eigenschappen, zoals @keyframes, animation-name, animation-duration, animation-iteration-count, animation-delay. Bewerken
1-2-7-2 De student maakt een eenvoudige animatie waarbij een element beweegt of van kleur verandert. Bewerken
1-2-7-2 De student stemt de gebruik van animaties af op de doelgroep. Bewerken
1-2-8-1 De student onderzoekt verschillende handige tools, waarmee je html en css kan stylen. (Tools zoals w3-validator, constrast checker.) Bewerken
1-2-8-1 De student weet wat de W3C Validator is en kan deze gebruiken om fouten in een HTML-bestand op te sporen en te verbeteren. Bewerken
1-2-8-1 De student weet wat een contrast checker doet en waarom kleurcontrast belangrijk is voor toegankelijkheid. Bewerken
1-2-8-1 De student weet hoe een contrast checker gebruikt kan worden om de leesbaarheid van tekst en achtergrondkleuren te beoordelen. Bewerken
1-2-8-1 De student kan meerdere tools combineren (zoals de W3C Validator en contrast checker) om een HTML/CSS-pagina te verbeteren op het gebied van structuur en toegankelijkheid. Bewerken
1-2-8-2 De student ontwikkelt een animatie met css transitions. Bewerken
1-2-8-2 De student weet wat een CSS transition eigenschap is en waarvoor deze wordt gebruikt. Bewerken
1-2-8-2 De student kan de transition-property toepassen om een visuele overgang te maken tussen twee stijlen. Bewerken
1-2-8-2 De student kan de duur, timing en vertraging van een transition instellen met transition-duration, transition-timing-function en transition-delay. Bewerken
1-2-8-2 De student kan een interactieve animatie maken -zoals een button- waarbij een element van kleur verandert en vergroot bij hover met behulp van CSS transitions. Bewerken
1-2-9-3 Oefenen namaken design & Project specifieke problemen oplossen Bewerken
1-2-9-4 Project specifieke problemen oplossen Bewerken
1-3-1-1 De student legt uit waarom Bootstrap een nuttige CSS-library is. Bewerken
1-3-1-1 De student gebruikt containers, rijen en kolommen om een responsieve layout te maken. Bewerken
1-3-1-1 De student past het Bootstrap-grid toe om een layout te structureren. Bewerken
1-3-1-1 De student zet zelfstandig de basisstructuur van een webpagina op met het grid-systeem. Bewerken
1-3-1-2 Vervolgopdrachten over het onderwerp van de les hiervoor Bewerken
1-3-2-1 De student past kleuren, marges, paddings en groottes toe met Bootstrap-klassen. Bewerken
1-3-2-1 De student gebruikt grid-classes correct voor verschillende schermgroottes (responsive ontwerp). Bewerken
1-3-2-2 Vervolgopdrachten over het onderwerp van de les hiervoor Bewerken
1-3-3-1 De student maakt een navigatiebalk met Bootstrap-componenten. Bewerken
1-3-3-1 De student configureert een navbar met menu-items en extra functionaliteiten. Bewerken
1-3-3-1 De student past de juiste Bootstrap-classes toe om een responsive navbar te maken. Bewerken
1-3-3-1 De student verdeelt navigatielinks evenredig over de breedte met de juiste utility-classes. Bewerken
1-3-3-2 Vervolgopdrachten over het onderwerp van de les hiervoor Bewerken
1-3-4-1 Tussentoets Bewerken
1-3-4-2 De student implementeert afbeeldingen met Bootstrap, inclusief responsive scaling. Bewerken
1-3-4-2 De student maakt en styled cards met behulp van Bootstrap’s card-componenten. Bewerken
1-3-5-1 De student past Bootstrap’s flexbox-utilities toe om elementen uit te lijnen. Bewerken
1-3-5-1 De student gebruikt flex-direction, justify-content en align-items via Bootstrap-klassen. Bewerken
1-3-5-1 De student maakt een responsive flex-layout met Bootstrap (bijv. kolommen herschikken). Bewerken
1-3-5-1 De student combineert grid en flex-utilities om complexe layouts te bouwen. Bewerken
1-3-5-2 Vervolgopdrachten over het onderwerp van de les hiervoor Bewerken
1-3-6-1 De student maakt een formulier met Bootstrap-form classes. Bewerken
1-3-6-1 De student past validatie- en stylingklassen toe op een formulier. Bewerken
1-3-6-2 Vervolgopdrachten over het onderwerp van de les hiervoor Bewerken
1-3-7-1 De student gebruikt list-groups om informatie overzichtelijk weer te geven. Bewerken
1-3-7-1 De student implementeert knoppen en alerts met de juiste Bootstrap-classes. Bewerken
1-3-7-1 De student gebruikt Bootstrap Icons en past deze aan met utility-klassen. Bewerken
1-3-7-2 Vervolgopdrachten over het onderwerp van de les hiervoor Bewerken
1-3-8-1 Oefenen namaken design & Project specifieke problemen oplossen Bewerken
1-3-8-2 Project specifieke problemen oplossen Bewerken