| J-P-W-L | Tekst | |
| 1-3-1-1 |
De student benoemt verschillende soorten data. |
Bewerken |
| 1-3-1-1 |
De student structureert data in een eenvoudig overzicht. |
Bewerken |
| 1-3-2-1 |
De student schrijft een SELECT-query |
Bewerken |
| 1-3-2-1 |
De student schrijft een query met een eenvoudige WHERE-clause |
Bewerken |
| 1-3-2-2 |
De student schrijft een WHERE-clause met AND of OR |
Bewerken |
| 1-3-2-2 |
De student gebruikt phpMyAdmin om queries uit te voeren. |
Bewerken |
| 1-3-3-1 |
De student schrijft een eenvoudige INSERT-query |
Bewerken |
| 1-3-3-1 |
De student schrijft een eenvoudige UPDATE-query |
Bewerken |
| 1-3-3-1 |
De student schrijft een eenvoudige DELETE-query |
Bewerken |
| 1-3-3-1 |
De student sorteert resultaten met ORDER BY |
Bewerken |
| 1-3-3-2 |
De student limiteert resultaten met LIMIT |
Bewerken |
| 1-3-3-2 |
De student pagineert resultaten met OFFSET |
Bewerken |
| 1-3-4-1 |
De student legt uit wat DML is |
Bewerken |
| 1-3-4-2 |
De student maakt een database met behulp van een query |
Bewerken |
| 1-3-4-2 |
De student maakt een tabel met behulp van een query |
Bewerken |
| 1-3-4-2 |
De student maakt een database met behulp van PhpMyAdmin |
Bewerken |
| 1-3-4-2 |
De student maakt een tabel met behulp van PhpMyAdmin |
Bewerken |
| 1-3-5-1 |
De student splitst data op naar verschillende tabellen |
Bewerken |
| 1-3-5-1 |
De student combineert data uit verschillende tabellen met behulp van een JOIN-query |
Bewerken |
| 1-3-5-1 |
De student gebruikt een ON-clause in de JOIN om alleen bij elkaar horende rijen te combineren |
Bewerken |
| 1-3-6-1 |
De student tekent een E.R.D. op basis van een opdrachtbeschrijving |
Bewerken |
| 1-3-6-1 |
De student maakt een database met tabellen op basis van een datadictionary en E.R.D. |
Bewerken |
| 1-3-7-1 |
De student legt uit wat constraints zijn |
Bewerken |
| 1-3-7-1 |
De student gebruikt de foreign key constraint om integriteit van relaties te garanderen |
Bewerken |
| 1-3-8-1 |
Uitloop |
Bewerken |
| 1-3-9-2 |
Uitloop |
Bewerken |
| 1-4-2-1 |
De student gebruikt de IN-operator. |
Bewerken |
| 1-4-2-1 |
De student gebruikt de BETWEEN-operator. |
Bewerken |
| 1-4-2-1 |
De student gebruikt de LIKE-operator. |
Bewerken |
| 1-4-2-1 |
De student geeft kolommen een alias met AS. |
Bewerken |
| 1-4-2-1 |
De student filtert dubbele resultaten met DISTINCT. |
Bewerken |
| 1-4-3-1 |
De student gebruikt SQL-functies MIN, MAX, AVG, SUM en COUNT in een query |
Bewerken |
| 1-4-3-1 |
De student groupeert resultaten met GROUP BY |
Bewerken |
| 1-4-3-1 |
De student filtert groepen met HAVING |
Bewerken |
| 1-4-4-1 |
De student legt uit wat constraints zijn |
Bewerken |
| 1-4-4-1 |
De student past constraints toe op tabellen |
Bewerken |
| 1-4-4-1 |
De student legt uit welke constraints er zijn |
Bewerken |
| 1-4-5-1 |
De student legt uit welke zaken invloed hebben op de snelheid van een query |
Bewerken |
| 1-4-5-2 |
De student legt uit welke indexes er zijn |
Bewerken |
| 1-4-5-2 |
De student left uit welke kolommen welke index moeten krijgen om de performance te verbeteren |
Bewerken |
| 1-4-6-1 |
De student beveiligt de database met gebruikersrechten |
Bewerken |
| 1-4-6-1 |
De student bewaakt voor SQL-inject |
Bewerken |
| 1-4-7-1 |
De student legt uit wat normalisatie is |
Bewerken |
| 1-4-7-1 |
De student normaliseert een eenvoudige database |
Bewerken |