Vak: Programmeren (JS & PHP)

Leerdoelen

+ Nieuw leerdoel

J-P-W-LTekst
1-1-1-1 De student legt uit wat het doel is van JS. Bewerken
1-1-1-1 De student koppelt een JavaScript bestand aan een HTML bestand. Bewerken
1-1-1-1 De student gebruikt console.logs om een bericht te laten zien dat het koppelen gelukt is. Bewerken
1-1-1-1 De student prepareert zijn/haar computer. Bewerken
1-1-1-1 De student kan uitleggen uit welke onderdelen een ontwikkelomgeving bestaat. Bewerken
1-1-1-1 De student legt uit wat een variabele is en hoe hij/zij deze kan gebruiken. Bewerken
1-1-1-2 De student maakt console.logs om te ondersteunen tijdens het programmeren. Bewerken
1-1-1-2 De student gebruikt verschillende datatypes (int, string, bool). Bewerken
1-1-1-2 De student past code conventies toe om nette code te schrijven. Bewerken
1-1-2-3 De student roept een interactie functies aan zoals alerts en prompts. Bewerken
1-1-2-3 De student gebruikt rekenkundige operatoren (+, -, /, *). Bewerken
1-1-2-4 De student schrijft een if-statement en past deze toe. Bewerken
1-1-2-4 De student gebruikt vergelijkingsoperatoren (==, !=, ===, <, >, >=, <=). Bewerken
1-1-3-5 De student begrijpt de werking van een functie en kan een functie programmeren. Bewerken
1-1-3-5 De student kan functies aanroepen met en zonder parameters/return values. Bewerken
1-1-3-5 De student begrijpt variabel-scope. Bewerken
1-1-3-6 De student schrijft een functie met parameters. Bewerken
1-1-3-6 De student schrijft een functie met return value. Bewerken
1-1-3-6 De student begrijpt het verschil tussen parameter en een argument Bewerken
1-1-4-7 Tussentoets Bewerken
1-1-4-8 De student leest gegevens uit een array. Bewerken
1-1-4-8 De student schrijft gegevens naar een array. Bewerken
1-1-4-8 De student verwijdert gegevens uit een array. Bewerken
1-1-5-9 De student legt uit wat de DOM is. Bewerken
1-1-5-9 De student past tekst op de HTML-pagina aan vanuit JavaScript met behulp van een queryselector. Bewerken
1-1-5-9 Toetsbespreking Bewerken
1-1-5-10 De student kan een functie aanroepen met behulp van een EventListener. Bewerken
1-1-5-10 De student benoemt verschillende soorten events. Bewerken
1-1-6-11 De student legt uit wat ClassList is en wat het verband is met HTML. Bewerken
1-1-6-11 De student maakt gebruik van classList om de styling aan te passen. Bewerken
1-1-6-12 De student leest een foutmelding in de inspector. Bewerken
1-1-6-12 De student legt uit wat een foutmelding betekent. Bewerken
1-1-6-12 De student lost eenvoudige problemen in de code zelfstandig op. Bewerken
1-1-7-13 Herhaling Bewerken
1-1-7-13 Tijd voor inhalen eventueel gemiste les. Bewerken
1-1-7-13 Herhalen en oefenen met arrays en functies Bewerken
1-1-7-14 Oefentoets Bewerken
1-1-8-15 Bespreken oefentoets Bewerken
1-1-8-16 Herhaling Bewerken
1-1-8-16 Herhalen en oefenen met DOm en EventListener Bewerken
1-2-1-1 Toetsbespreking P01 / Bespreken veelgemaakte fouten Bewerken
1-2-1-2 Herhaling P01 (gebaseerd op de gemaakte fouten P01-toets) Bewerken
1-2-1-2 De student schrijft een while loop en past deze toe. Bewerken
1-2-1-2 De student past code conventies toe om nette code te schrijven. Bewerken
1-2-2-1 De student maakt gebruik van classList om de styling aan te passen. Bewerken
1-2-2-1 De student past code conventies toe om nette code te schrijven. Bewerken
1-2-2-2 De student legt uit wat een object is in JavaScript en wanneer je deze gebruikt. Bewerken
1-2-2-2 De student maakt een class met properties en gebruikt deze in een script. Bewerken
1-2-2-2 De student maakt een instance (object) van een class met behulp van het new keyword. Bewerken
1-2-2-2 De student legt uit wat een class is en wat het verschil is met een object. Bewerken
1-2-3-1 De student maakt een class met een constructor en meerdere properties. Bewerken
1-2-3-1 De student voegt methods toe aan een class. Bewerken
1-2-3-1 De student roept methods aan via een object (instance). Bewerken
1-2-3-1 De student past classes en objecten toe in een praktische situatie, zoals het modelleren van gebruikers of producten. Bewerken
1-2-3-2 De student maakt een class met een constructor en meerdere properties. Bewerken
1-2-3-2 De student voegt methods toe aan een class. Bewerken
1-2-3-2 De student roept methods aan via een object (instance). Bewerken
1-2-3-2 De student past classes en objecten toe in een praktische situatie, zoals het modelleren van gebruikers of producten. Bewerken
1-2-4-1 Tussentoets Bewerken
1-2-4-1 De student schrijft een for loop en past deze toe. Bewerken
1-2-4-1 De student past de for loop toe om een array uit te lezen. Bewerken
1-2-4-1 De student past code conventies toe om nette code te schrijven. Bewerken
1-2-4-2 Tussentoets bespreken Bewerken
1-2-5-1 De student legt uit wat localStorage is en waarvoor het wordt gebruikt. Bewerken
1-2-5-1 De student slaat gegevens op met localStorage.setItem(). Bewerken
1-2-5-1 De student haalt gegevens op met localStorage.getItem(). Bewerken
1-2-5-1 De student verwijdert gegevens met localStorage.removeItem() en localStorage.clear(). Bewerken
1-2-5-2 De student zet objecten om naar van JSON met JSON.stringify(). Bewerken
1-2-5-2 De student zet JSON om naar objecten met JSON.parse(). Bewerken
1-2-5-2 De student past localStorage toe in een eenvoudige praktijkopdracht (bijv. opslaan van gebruikersgegevens). Bewerken
1-2-6-1 De student legt uit wat fetch is en waarvoor het wordt gebruikt. Bewerken
1-2-6-1 De student legt uit wat een API is en hoe data wordt opgehaald. Bewerken
1-2-6-1 De student legt uit wat een Promise is binnen fetch. Bewerken
1-2-6-1 De student gebruikt fetch() om data op te halen van een API. Bewerken
1-2-6-1 De student zet data om naar JSON met .json(). Bewerken
1-2-6-1 De student verwerkt JSON-data met een loop. Bewerken
1-2-6-1 De student toont opgehaalde data in de console en in de HTML (DOM). Bewerken
1-2-6-1 De student past fetch toe in een praktische opdracht. Bewerken
1-2-6-2 HERHALING fetch() Bewerken
1-2-6-2 De student legt uit wat fetch is en waarvoor het wordt gebruikt. Bewerken
1-2-6-2 De student legt uit wat een API is en hoe data wordt opgehaald. Bewerken
1-2-6-2 De student legt uit wat een Promise is binnen fetch. Bewerken
1-2-6-2 De student gebruikt fetch() om data op te halen van een API. Bewerken
1-2-6-2 De student zet data om naar JSON met .json(). Bewerken
1-2-6-2 De student verwerkt JSON-data met een loop. Bewerken
1-2-6-2 De student toont opgehaalde data in de console en in de HTML (DOM). Bewerken
1-2-6-2 De student past fetch toe in een praktische opdracht. Bewerken
1-2-7-1 Mini-project Bewerken
1-2-7-2 Mini-project Bewerken
1-2-8-1 Mini-project Bewerken
1-2-8-2 Herhaling Bewerken
1-2-9-3 Herhaling Bewerken
1-2-9-4 Oefentoets Bewerken
1-3-1-1 De student begrijpt de rol van een webserver en kan uitleggen hoe PHP-code wordt uitgevoerd op de server. Bewerken
1-3-1-1 De student installeert een lokale PHP-omgeving. Bewerken
1-3-1-1 De student installeert XAMPP. Bewerken
1-3-1-1 De student maakt een studentenlicentie aan en installeert PHPStrorm. Bewerken
1-3-1-1 De student voert een eerste script uit. Bewerken
1-3-1-1 De student gebruikt variabelen. Bewerken
1-3-1-1 De student toont uitvoer met echo. Bewerken
1-3-1-2 De student gebruikt datatypes en operatoren. Bewerken
1-3-1-2 De student gebruikt if, else, elseif in scripts. Bewerken
1-3-2-1 De student maakt en gebruikt arrays. Bewerken
1-3-2-1 De student past array-functies toe. Bewerken
1-3-2-1 De student gebruikt lussen in PHP. Bewerken
1-3-2-2 De student begrijpt wat een array is en waarom deze wordt gebruikt in PHP. Bewerken
1-3-2-2 De student legt uit wat de foreach-loop doet en wanneer je deze gebruikt in plaats van een for-loop. Bewerken
1-3-2-2 De student schrijft een eenvoudige foreach-loop om alle waarden uit een array te doorlopen. Bewerken
1-3-2-2 De student gebruikt een foreach-loop om data uit een array weer te geven in de browser met echo. Bewerken
1-3-2-2 De student past een foreach-loop toe op een associatieve array (key => value). Bewerken
1-3-2-2 De student haalt zowel de sleutel (key) als de waarde (value) op binnen een foreach-loop. Bewerken
1-3-2-2 De student past een foreach-loop toe binnen HTML (bijvoorbeeld voor het genereren van een lijst of tabel). Bewerken
1-3-3-1 De student verwerkt $_GET via url Bewerken
1-3-3-2 De student begrijpt hoe een HTML-formulier data verstuurt naar PHP. Bewerken
1-3-3-2 De student kent het verschil tussen GET en POST. Bewerken
1-3-3-2 De student verwerkt formulierdata met $_POST. Bewerken
1-3-3-2 De student controleert invoer met isset() en empty(). Bewerken
1-3-3-2 De student valideert invoer (bijv. verplicht veld, e-mail). Bewerken
1-3-3-2 De student toont foutmeldingen bij ongeldige invoer. Bewerken
1-3-3-2 De student maakt invoer veilig met htmlspecialchars(). Bewerken
1-3-4-1 Tussentoets Bewerken
1-3-4-2 Toetsbespreking Bewerken
1-3-5-1 De student begrijpt wat een database is en waarvoor deze wordt gebruikt. Bewerken
1-3-5-1 De student maakt een verbinding met een database (via PDO). Bewerken
1-3-5-1 De student controleert of de databaseverbinding succesvol is. Bewerken
1-3-5-1 De student begrijpt het verschil tussen include en require. Bewerken
1-3-5-1 De student gebruikt include en require om code (zoals databaseconfiguratie) te hergebruiken. Bewerken
1-3-5-1 De student plaatst de databaseverbinding in een apart bestand (bijv. db.php). Bewerken
1-3-5-1 De student koppelt dit bestand correct aan andere pagina’s met require. Bewerken
1-3-5-1 De student begrijpt wanneer require_once of include_once nodig is om dubbele inclusie te voorkomen. Bewerken
1-3-5-2 De student schrijft een SQL INSERT-statement om data op te slaan. Bewerken
1-3-5-2 De student voert een INSERT-query uit vanuit PHP. Bewerken
1-3-5-2 De student gebruikt prepared statements voor veilige invoer. Bewerken
1-3-5-2 De student controleert of data succesvol is toegevoegd aan de database. Bewerken
1-3-6-1 De student begrijpt hoe data uit een database wordt opgehaald (SELECT). Bewerken
1-3-6-1 De student schrijft een eenvoudige SQL SELECT-query. Bewerken
1-3-6-1 De student voert een SELECT-query uit met PDO of mysqli. Bewerken
1-3-6-1 De student haalt resultaten op (bijv. met fetch() of fetchAll()). Bewerken
1-3-6-1 De student toont databasegegevens in de browser (bijv. in een tabel). Bewerken
1-3-6-1 De student gebruikt prepared statements bij het ophalen van data. Bewerken
1-3-6-1 De student controleert of er resultaten zijn en handelt lege resultaten correct af. Bewerken
1-3-6-2 De student begrijpt het verschil tussen sessies en cookies. Bewerken
1-3-6-2 De student start een sessie met session_start(). Bewerken
1-3-6-2 De student slaat gegevens op in een sessie met $_SESSION. Bewerken
1-3-6-2 De student leest en verwijdert sessiegegevens. Bewerken
1-3-6-2 De student maakt cookies aan met setcookie(). Bewerken
1-3-6-2 De student leest cookies uit met $_COOKIE. Bewerken
1-3-6-2 De student begrijpt de levensduur en toepassing van sessies en cookies (bijv. login). Bewerken
1-3-7-1 De student begrijpt wat een master-detail structuur is (overzicht + detailpagina). Bewerken
1-3-7-1 De student toont een lijst (master) van data uit de database. Bewerken
1-3-7-1 De student maakt een detailpagina op basis van een geselecteerd item (bijv. via ID). Bewerken
1-3-7-1 De student geeft data door via URL-parameters (bijv. $_GET). Bewerken
1-3-7-1 De student haalt specifieke gegevens op met een SELECT-query en WHERE-clausule. Bewerken
1-3-7-1 De student toont detailinformatie overzichtelijk in de frontend. Bewerken
1-3-7-1 De student controleert of de gevraagde data bestaat en handelt fouten af. Bewerken
1-3-7-2 Herhaling Bewerken
1-3-8-1 Herhaling Bewerken
1-3-8-2 Oefentoets Bewerken
1-4-2-1 De student begrijpt wat prepared statements zijn en waarom ze worden gebruikt. Bewerken
1-4-2-1 De student legt uit hoe prepared statements helpen bij het voorkomen van SQL-injectie. Bewerken
1-4-2-1 De student schrijft een prepared statement met PDO. Bewerken
1-4-2-1 De student bindt parameters aan een query (bijv. :naam). Bewerken
1-4-2-1 De student voert een prepared statement uit met gebruikersinvoer. Bewerken
1-4-2-1 De student past prepared statements toe bij INSERT en SELECT queries. Bewerken
1-4-2-2 De student begrijpt het verschil tussen UPDATE en DELETE in een database. Bewerken
1-4-2-2 De student schrijft een SQL UPDATE-query om bestaande data aan te passen. Bewerken
1-4-2-2 De student schrijft een SQL DELETE-query om data te verwijderen. Bewerken
1-4-2-2 De student voert UPDATE- en DELETE-queries uit met PDO of mysqli. Bewerken
1-4-2-2 De student gebruikt prepared statements voor veilige queries. Bewerken
1-4-2-2 De student geeft data door (bijv. via $_GET of $_POST) om records te bewerken of verwijderen. Bewerken
1-4-3-1 De student begrijpt wat OWASP is en waarom websecurity belangrijk is. Bewerken
1-4-3-1 De student kent veelvoorkomende kwetsbaarheden (bijv. SQL-injectie, XSS). Bewerken
1-4-3-1 De student legt uit waarom wachtwoorden nooit in plain text opgeslagen mogen worden. Bewerken
1-4-3-1 De student gebruikt password_hash() om wachtwoorden veilig te versleutelen. Bewerken
1-4-3-1 De student controleert wachtwoorden met password_verify(). Bewerken
1-4-3-1 De student begrijpt het verschil tussen hashing en encryptie Bewerken
1-4-3-2 Oefenopdracht volledige CRUD Bewerken
1-4-4-1 Tussentoets Bewerken
1-4-4-2 Toetsbespreking Bewerken
1-4-5-1 De student legt uit wat een API is en waarvoor deze wordt gebruikt. Bewerken
1-4-5-1 De student begrijpt het principe van REST. Bewerken
1-4-5-1 De student herkent een endpoint en URL-structuur. Bewerken
1-4-5-1 De student maakt een eenvoudige API (bijv. JSON-output). Bewerken
1-4-5-2 De student begrijpt de HTTP-methodes: GET, POST, PUT, DELETE. Bewerken
1-4-5-2 De student maakt API-routes voor CRUD-operaties. Bewerken
1-4-5-2 De student verwerkt inkomende data (bijv. JSON). Bewerken
1-4-5-2 De student test API-routes (bijv. met Postman). Bewerken
1-4-6-1 De student haalt data op uit een API (bijv. met fetch). Bewerken
1-4-6-1 De student verwerkt JSON-data in de frontend. Bewerken
1-4-6-1 De student toont API-data in HTML (bijv. lijst of tabel). Bewerken
1-4-6-1 De student handelt fouten af bij het ophalen van data. Bewerken
1-4-6-2 Herhaling Bewerken
1-4-7-1 Herhaling Bewerken
1-4-7-2 Oefentoets Bewerken
1-4-8-2 Herhaling/uitloop Bewerken
1-4-9-2 Herhaling/uitloop Bewerken