Een klassieke energiser waarbij leerlingen elkaar beter leren kennen door drie uitspraken over zichzelf te delen — twee waar, één gelogen. De rest van de groep raadt welke uitspraak de leugen is.
Deze activiteit werkt zowel aan het begin van een schooljaar als bij groepen die elkaar al kennen. Hoe beter de groep elkaar kent, hoe creatiever de leugens mogen zijn.
Voorbereiding
Vraag leerlingen om in stilte drie uitspraken over zichzelf te bedenken.
Twee uitspraken zijn waar, één is verzonnen.
Geef ze 2 - 3 minuten om hun uitspraken op te schrijven.
Tip: geef zelf een voorbeeld om de toon te zetten. Een leerkracht die laat zien dat het ook gaat om grappige of onverwachte feiten, krijgt creatievere reacties van leerlingen.
Uitvoering
Iedere leerling leest de drie uitspraken om de beurt voor.
De rest van de klas stemt welke uitspraak ze de leugen vinden (handen opsteken bij 1, 2 of 3).
Pas nadat iedereen gestemd heeft, onthult de leerling welke uitspraak gelogen was.
Optioneel: kort napraten over de meest verrassende waarheid.
Variaties
Thematisch: Leerlingen mogen alleen uitspraken doen over een vaststaand thema (bijvoorbeeld vakanties, hobby's, eten).
In groepjes: Splits de klas in groepjes van 4 - 5 om sneller iedereen aan de beurt te laten komen.
Stille variant: Iedereen schrijft uitspraken op een briefje. De briefjes worden geshuffeld en de klas raadt zowel wie het is als welke de leugen is.
Vakgericht: Bij het vak geschiedenis: drie uitspraken over een historisch figuur. Bij Nederlands: drie uitspraken over een gelezen boek.