Een for loop is een compacte manier om code een bepaald aantal keer te herhalen. Je gebruikt een for loop als je van tevoren weet hoe vaak je iets wilt uitvoeren.
for (let i = 0; i < 5; i = i + 1) {
console.log("Iteratie: " + i);
}
Deze code telt van 0 tot en met 4 en print elke keer de waarde van i.
Een for loop bestaat uit drie delen tussen de haakjes, gescheiden door puntkomma's:
1. Initialisatie (let i = 0): Maak een telvariabele aan
2. Voorwaarde (i < 5): Blijf doorgaan zolang dit waar is
3. Update (i = i + 1): Verhoog de telvariabele na elke iteratie
For loops zijn handig wanneer je precies weet hoe vaak je iets wilt herhalen. While loops gebruik je wanneer je blijft herhalen totdat een bepaalde voorwaarde niet meer waar is.
Laten we beginnen met eenvoudige for loops om getallen te tellen.
Maak een for loop die 3 keer herhaalt (van i = 0 tot i < 3). Log in de loop de tekst "Hallo".
Maak een for loop die van 0 tot 5 telt (niet inclusief 5). Log de waarde van i in elke iteratie.
Maak een for loop die van 1 tot en met 4 telt. Log de waarde van i.
Maak een for loop die van 0 tot 10 telt. Log alleen de waarde van i.
Maak een for loop die van 5 naar beneden telt tot 1 (inclusief). Log de waarde van i.
Maak een for loop die 4 keer herhaalt. Log de tekst "Loop" in elke iteratie.
Maak een for loop die van 10 naar beneden telt tot 6 (inclusief). Log de waarde van i.
Maak een for loop die van 0 tot 3 telt. Log de tekst "Iteratie" gevolgd door de waarde van i.
Maak een for loop die van 2 tot en met 6 telt, met stappen van 2 (dus 2, 4, 6). Log de waarde van i.
Maak een for loop die van 1 tot en met 5 telt. Log de tekst "Nummer:" gevolgd door de waarde van i.
Nu gaan we for loops gebruiken om berekeningen uit te voeren.
Maak een variabele som met waarde 0. Maak een for loop die van 1 tot en met 5 telt. Tel in de loop de waarde van i op bij som. Log na de loop de waarde van som.
Maak een variabele totaal met waarde 0. Maak een for loop die van 0 tot 4 telt. Tel in de loop de waarde van i op bij totaal. Log na de loop totaal.
Maak een variabele product met waarde 1. Maak een for loop die van 1 tot en met 4 telt. Vermenigvuldig in de loop product met de waarde van i. Log na de loop product.
Maak een variabele getal met waarde 5 en een variabele uitkomst met waarde 0. Maak een for loop die 3 keer herhaalt. Tel in de loop getal op bij uitkomst. Log na de loop uitkomst.
Maak een variabele teller met waarde 0. Maak een for loop die van 2 tot en met 10 telt met stappen van 2. Verhoog in de loop teller met 1. Log na de loop teller.
Maak een variabele som met waarde 0. Maak een for loop die van 10 naar beneden telt tot 1. Tel in de loop de waarde van i op bij som. Log na de loop som.
Maak een variabele a met waarde 3 en een variabele resultaat met waarde 0. Maak een for loop die 5 keer herhaalt. Verhoog in de loop resultaat met de waarde van a keer i. Log na de loop resultaat.
Maak een variabele even met waarde 0. Maak een for loop die van 0 tot 10 telt. Als i deelbaar is door 2 (gebruik i % 2 === 0), tel dan i op bij even. Log na de loop even.
Maak een variabele aantal met waarde 0. Maak een for loop die van 1 tot en met 20 telt. Als i groter is dan 10, verhoog dan aantal met 1. Log na de loop aantal.
Maak een variabele drievoud met waarde 0. Maak een for loop die van 3 tot en met 15 telt met stappen van 3. Tel in de loop i op bij drievoud. Log na de loop drievoud.
We kunnen if-statements combineren met for loops om selectief code uit te voeren.
Maak een for loop die van 1 tot en met 10 telt. Als i gelijk is aan 5, log dan "Vijf!". Anders log i.
Maak een for loop die van 1 tot en met 8 telt. Als i kleiner is dan 4, log "Klein". Anders log "Groot".
Maak een variabele positief met waarde 0. Maak een for loop die van -3 tot en met 3 telt. Als i groter is dan 0, verhoog positief met 1. Log na de loop positief.
Maak een for loop die van 1 tot en met 15 telt. Log alleen de getallen die deelbaar zijn door 5 (gebruik i % 5 === 0).
Maak een variabele oneven met waarde 0. Maak een for loop die van 1 tot en met 10 telt. Als i oneven is (gebruik i % 2 === 1), tel dan i op bij oneven. Log na de loop oneven.
Maak een for loop die van 1 tot en met 20 telt. Als i deelbaar is door 3 EN door 5, log "FizzBuzz". Anders als i deelbaar is door 3, log "Fizz". Anders als i deelbaar is door 5, log "Buzz". Anders log i.
Maak een variabele groot met waarde 0. Maak een for loop die van 1 tot en met 100 telt. Als i groter is dan 50, verhoog groot met 1. Log na de loop groot.
Maak een variabele som met waarde 0. Maak een for loop die van 1 tot en met 20 telt. Als i deelbaar is door 4, tel i op bij som. Log na de loop som.
Maak een for loop die van 10 naar beneden telt tot 1. Als i gelijk is aan 5, sla deze iteratie over (gebruik geen if-statement, log gewoon alleen wanneer i niet gelijk is aan 5). Log alle waardes behalve 5.
Maak een variabele resultaat met waarde 0. Maak een for loop die van 1 tot en met 30 telt. Als i deelbaar is door 2 OF door 3, tel i op bij resultaat. Log na de loop resultaat.
Je kunt for loops ook in elkaar zetten. Dit heet een geneste loop (nested loop).
for (let i = 1; i <= 3; i = i + 1) {
for (let j = 1; j <= 2; j = j + 1) {
console.log("i=" + i + ", j=" + j);
}
}
Dit print: i=1,j=1, i=1,j=2, i=2,j=1, i=2,j=2, i=3,j=1, i=3,j=2.
Maak een geneste for loop. De buitenste loop telt van 1 tot en met 2 (variabele i). De binnenste loop telt van 1 tot en met 3 (variabele j). Log in de binnenste loop de waarde van j.
Maak een geneste for loop. Beide loops tellen van 1 tot en met 3. Log in de binnenste loop de tekst "i:" gevolgd door i, dan een spatie, dan "j:" gevolgd door j.
Maak een variabele som met waarde 0. Maak een geneste for loop waarbij beide loops van 1 tot en met 3 tellen. Tel in de binnenste loop i * j op bij som. Log na beide loops som.
Maak een geneste for loop. De buitenste loop telt van 1 tot en met 4. De binnenste loop telt van 1 tot de waarde van i (gebruik j <= i). Log in de binnenste loop de waarde van j.
Maak een variabele teller met waarde 0. Maak een geneste for loop die beide van 1 tot en met 5 tellen. Verhoog in de binnenste loop teller met 1. Log na beide loops teller.
Maak een for loop die van 1 tot en met 3 telt (variabele rij). Maak daarbinnen een for loop die van 1 tot en met 4 telt (variabele kolom). Log in de binnenste loop rij * kolom.
Maak een variabele resultaat met waarde 0. Maak een geneste for loop waarbij de buitenste van 1 tot en met 4 telt en de binnenste van 1 tot en met 2 telt. Tel in de binnenste loop i + j op bij resultaat. Log na beide loops resultaat.
Maak een geneste for loop. De buitenste telt van 1 tot en met 3. De binnenste telt van 1 tot en met 3. Als i gelijk is aan j, log dan "Gelijk". Anders log "Verschillend".
Maak een variabele klein met waarde 0. Maak een geneste for loop waarbij beide van 1 tot en met 5 tellen. Als i * j kleiner is dan 10, verhoog dan klein met 1. Log na beide loops klein.
Maak een variabele driehoek met waarde 0. Maak een geneste for loop. De buitenste telt van 1 tot en met 5. De binnenste telt van 1 tot i. Tel in de binnenste loop 1 op bij driehoek. Log na beide loops driehoek.
In dit hoofdstuk heb je geleerd:
For loops zijn krachtige tools om repetitieve taken efficiënt uit te voeren!